Afscheid S. Kools in CC - Van Ambachtsschool tot O.R.S Lek en Linge

Ga naar de inhoud

Afscheid S. Kools in CC

Da Vinci S.G. 1985-1995
'De Da Vinvi Scholengemeenschap is één van de meest vooruitstrevende scholen'

CULEMBORG- Gebrek aan creativiteit kan de medewerkers van de Da Vinci Scholengemeenschap bepaald niet verweten worden, een a-emancipatoire houding evenmin. En toch is de Scholengemeenschap, als het om aantallen leerlingen gaat, weer terug bij de situatie van 20 jaar geleden toen de heer S. Kools directeur werd van deze school.
De toen geheten ambachtsschool telde in 1975 ongeveer 450 leerlingen. Het aantal liep op naar 825 in de beginjaren '80, kwam drie jaar geleden nog uit op 700 en moet het momenteel doen met weer ongeveer 450 leerlingen.
Een ietwat wrange conclusie voor de heer Kools, die vrijdag aanstaande afscheid neemt van de Da Vinci en gebruik gaat maken van de VUT-regeling.
De teruggang in het leerlingenaantal kan de Da Vinci Scholengemeenschap niet verweten worden maar ligt ten grondslag aan het onderwijssysteem wat door de overheid is verzonnen. De eerste Culemborgse scholengemeenschap is altijd één van meest vooruitstrevende scholengemeenschappen van Nederland geweest, was erg creatief met het opstarten van nieuwe afdelingen en moest ze vervolgens weer afstaan aan andere scholengemeenschappen.
'Anderen pronken nu met de veren van de Da Vinci', aldus de heer Kools aan de vooravond van zijn officiële afscheid.

VAN SMID TOT DIRECTEUR
De heer Kools, Brabander van geboorte, volgde zelf ook de ambachtsschool en ging vervolgens werken in een carrosseriefabriek.
Na twee jaar verwisselde hij deze baan voor een baan als smid bij een haardenfabriek. Twee jaar militaire dienst bij de Luchtmacht volgden en daarna kreeg de heer Kools een betrekking als tekenaar/constructeur bij het be¬drijf dat nu als Fokker door het leven gaat.
Hier hield hij het tien jaar vol en kreeg hij de kans om in de avonduren verder te studeren. Iets wat hij overigens nu nog doet.
Alvorens in 1975 in Culemborg te belanden was hij vier jaar leraar op een scholengemeenschap in Bergen op Zoom en zes jaar plaatsvervangend directeur. De fusie tussen een lts en een land- en tuinbouwschool waar de heer Kools volop bij betrokken was, ging uiteindelijk niet door en, zoals hij zelf zegt, 'dat maakte dat ik in een vlaag van verstandsverbijstering solliciteerde naar die baan in Culemborg'.
Na geschreven te hebben volgde er een gesprek wat door de heer Kools werd gezien als een sollicitatiegesprek maar door de leiding van de plaatselijke ambachtsschool als een vorm van eindgesprek.
Nog voor hij die avond weer in Bergen op Zoom was, bleek er gebeld te zijn dat hij dé persoon was voor de directeursbaan in Culemborg. Hij volgde de heer Gijs van Zijl op, die korte tijd later met pensioen ging en niet lang daarna overleed.

VOORUITSTREVEND
'Het onderwijs was in die tijd goed', concludeert Kools achteraf. 'In de begin jaren '70 was er een fusie geweest tussen de LTS en de LHNO (Van Hoytemaschool) en dat maakte 'dé Scholengemeenschap', zoals de Da Vinci toen werd genoemd, in 1975 tot een school met 450 leerlingen.
De Da Vinci Scholengemeenschap was toen al vooruitstrevend want het was één van de eerste scholengemeenschappen in Nederland.
In 1975 werd er zelfs een convenant van scholengemeenschappen gesloten omdat ze onderbelicht werden.
Bij de bouw van een school werd voor een lts-jongen 1 1/2 m2 kantine ruimte berekend en voor een meisje maar de helft.'
Er werd toen geregeld dat dat een gemiddelde werd. De normen waren verschillend, onder andere op het gebied van geld en vierkante meters en daarom was een convenant hard nodig'.
Met de komst van nog meer scholengemeenschappen bleek dat dé Culemborgse scholengemeenschap toch een naam moest hebben en naar aanleiding daarvan werd een prijsvraag uitgeschreven. Leraar de heer Ad Haneveer, die nu nog werkzaam is op de Da Vinci verzon destijds de naam.

ONDERWIJSONTWIKKELINGEN
Over wat er in de afgelopen 20 jaar op onderwijsgebied is veranderd blijkt de heer Kools ongeveer een boek vol te kunnen beschrijven.
'De leerlingen zijn prettiger geworden, het onderwijs is gigantisch veranderd. Op het gebied van onderwijsontwikkeling is de Da Vinci zeer vooruitstrevend geweest hetgeen door andere scholen is overgenomen. Een voorbeeld uit die tijd is de combinatie van theoretisch technisch onderwijs (waaraan ook meisjes konden deelnemen). Achttien jaar hebben we er mee geëxperimenteerd, nu zijn we ermee gestopt en komt Van Veen met zijn plannen: de nieuwe LBO/MAVO.
'Een ander voorbeeld van de onderwijsontwikkeling binnen de Da Vinci Scholengemeenschap was het binnenhalen van het ITO- en LHNO-onderwijs - roldoorbrekend en emancipatoir - het binnenhalen van de LEAO, het dubbelproject, de Basisvorming en het Primair Beroeps Onderwijs. De Da Vinci Scholengemeenschap was tevens één van de scholen die Kort Middelbaar Beroeps Onderwijs (K.M.B.O.) afdeling Detailhandel bood.
Alle mogelijkheden en afdelingen zijn nu terug gebracht tot alleen nog het Voorbereidend Beroeps Onderwijs mét daarin veel afdelingen.
Verder is er nog het experimentele project Transport en Logistiek, betaald en sterk ondersteund door provincie maar bovenal het bedrijfsleven'.

De hele onderwijsontwikkeling leidde er echter wel toe dat de Da Vinci in leerlingenaantal kromp. 'Een beetje wrang', aldus de heer Kools, 'dat je je jarenlang kapot hebt gewerkt, maar dat de school er niks mee is opgeschoten. We hebben alles voor een ander gedaan, veel voor elkaar gekregen maar niet bij onze school'. 'Waarmee ik niet wil zeggen dat ik met een wrange nasmaak de school verlaat. Integendeel, de Da Vinci heeft voor veel leerlingen veel goeds gebracht, als ik zo om me heen kijk. Zonde van de energie is het dus volstrekt niet geweest'.

MIJN FILOSOFIE
De heer Kools blijkt altijd al een beetje rebels te zijn geweest als het om het onderwijssysteem gaat.
'Een aantal gekken wilde begin jaren '70 het onderwijs hervor¬men en daar hoorde ik ook bij. Die Mammoetwet bijvoorbeeld, daar deugde niets van. Vanaf de invoering in 1968 was ik er één die aan het zagen is geweest en pas nu is het zover dat MAVO en HAVO-pakketten weg moeten. Mijn filosofie is altijd geweest dat je eerst moet zorgen voor een brede algemene ontwikkeling voordat je (op je 15e jaar) in staat bent om te kiezen. Kinderen op 12-jarige leeftijd, die ook nog in de pubertijd zitten, kunnen niet kiezen. Je moet zorgen voor een breed pakket, ze op hun 15e la¬ten kiezen en vervolgens weer zorgen voor verkorte vervolgop¬leidingen, voor goede beroeps-opleidingen, een goede door¬stroom enzovoort. Wie op z'n 12e moet kiezen kan op die weg niet meer terug'.


De heer S. Kools bij de draaibank naar ontwerp van Leonardo Da Vinci (foto: K. van de Kar)

DE WITTE BOORDEN
Hoewel de heer Kools niet bepaald ontevreden mag terugkijken op 20 jaar Da Vinci - wat hij overigens zelf ook niet doet - zegt hij gefaald te hebben op het gebied van het superioriteitsgevoel ofwel het idee van de 'witte boorden-beroepen' die nog steeds beter aangeschreven blijken te zijn dan de beroepen waarin met de handen moet worden gewerkt.
'De miskenning die er bestaat voor mensen die hun brood met de handen moeten verdienen is vreselijk. Ik had me stellig voorgenomen om aan dat misplaatste beeld wat te doen maar het is ook mij niet gelukt. Gekker nog, het beeld is de laatste tijd nog sterker geworden. En dat terwijl er zo'n behoefte is aan meer vaklui. Wet je wanneer er meer waardering is voor mensen die hun beroep uitoefenen met de handen? Als de gasleiding lek is, de loodgieter moet komen of als de mensen met autopech langs de kant van de weg staan. Ik ken vaklui die 150.000 per jaar verdienen, in tegenstelling tot menige afgestudeerde doctorandus die nog steeds geen baan heeft gevonden'.
Kools noemt zichzelf een geluksvogel die altijd heeft kunnen doen wat hij wilde. Er stond hard werken en veel studeren tegenover maar het bleek de moeite waard.
'Mijn leven is buitengewoon boeiend geweest en nog steeds'. Waarbij de scheidend directeur toch nog even de 'veren' aanhaalt die de Da Vinci heeft opgestoken en waar anderen nu mee lopen te pronken.
Behalve tekenen, schilderen, schrijven en studeren zal de heer Kools zich na het afscheid als voorzitter bezig gaan houden met de Stichting Leonardo Da Vinci.
Met de school wil hij niet meer te maken hebben, wel met de Stichting die zich gaat bezighouden met de bevordering van beroeps-, algemeen- en cultureel onderwijs in de regio.
Deze Stichting beoogt leerlingen (en hun ouders) die voor een vakopleiding kiezen en functioneel bezig zijn met kunst, cultuur en beroep direct te steunen. Voorbeeld daarvan is financiële steun verlenen aan de jongen of het meisje dat kiest voor de afdling bouwtechniek en dus qua opleiding, door aanschaf van bepaalde kleding en gereedschappen, duurder uit is dan een MAVO-jongen of -meisje.
'Je kunt ook denken aan financiële steun voor een schoolkrant omdat dat functioneel onderwijs is', aldus de heer Kools, die geld voor de stichting 'koopt te krijgen via sponsors, uit legaten of donaties.
Het is de bedoeling dat de Stichting Leonardo Da Vinci binnen 14 dagen de notaris is gepasseerd.
Directe bemoeienis met het onderwijs zal en wil de heer Kools niet meer hebben, achter de schermen zal hij nog een rol spelen.

Uit de Culemborgse Courant van 29 maart 1995

Naschrift redactie: De Stichting Leonardo da Vinci is nooit van de grond gekomen.

Terug naar de inhoud