J. van der Donk 1963-1965 - Van Ambachtsschool tot O.R.S Lek en Linge

Ga naar de inhoud

J. van der Donk 1963-1965

Oude herinneringen
"Na 1 jaar MULO op de Wilhelminaschool mocht ik dan uiteindelijk naar de LTS, waar veel van mijn klasgenoten van de Willibrodusschool zaten. Omdat het oriënterend jaar door mij niet werd gevolgd omdat ik meteen in de tweede jaar startte, koos ik voor de metaalrichting. De reden was waarschijnlijk de smidsvuren en het beslaan van paarden wat me altijd imponeerde bij smid Cees Heij in de Zandstraat.

Er waren twee stromingen op de LTS: hout en metaal, oftewel de houtluizen en de roestkrabbers. Ik kreeg van m’n ouders een mooie blauwe overal (de houtluizen natuurlijk een kakikleurige) en na de grote vakantie op de fiets naar de nieuwe school. Fijn iets met je handen te gaan doen, in plaats van die duffe leerstof op de MULO. Er werd een pakket gereedschap uitgedeeld dat jouw eigendom was, want er moest meteen een persoonlijk nummer ingeslagen worden. Ik dacht dat mijn nummer 1574 was. Het gereedschap bestond uit twee vijlen (zoet en basterd vijl) een blokhaakje en een schuifmaat.
De eerste herinnering aan het praktijklokaal machine-bankwerken was een werkplaats met middenin een aantal werkbanken met daarop bankschroeven en langs de buitenkant van het lokaal machines. Aan de linkerkant met uitzicht op de Weidsteeg twee schaafbanken en twee draaibanken. Aan de achterzijde met uitzicht op de Anthonie van Lalainglaan wat nieuwe freesbanken. Daar  waren ze zuinig op en mochten de leerlingen niet zelfstandig aan werken. Aan de rechterzijde enkele kolomboormachines en een zaagbank. Aan de kopse kant de entreedeur en daarnaast een kast/magazijntje met zoldertje.

De leraren waren standaard Butteling, een schat van een Indonesische vakleerkracht, deze bracht ons met veel geduld het vijlen bij, wat altijd hol of bol ging. Als hij zag dat je in de problemen kwam, nam hij even zelf het gereedschap ter hand en met wat rake bewegingen  was de fout snel verholpen.
Wat minder was Den Adel, oftewel “de Wog” (zie foto rechts) Deze man was minder zacht van aard, deed zich belangrijk voor en was afstandelijker, had minder met de leerlingen en andersom. Butteling had een grijze stofjas en de Wog een langere kakikleurige.(verschil moest er zijn) Het mooiste werkstuk aan het eind van de LTS was een bankschroef, dat was ploeteren want er moest een schroefdraad ingedraaid worden om de bekken van en in elkaar te laten draaien. Als je te traag was met je praktijkwerk moest af, dan  mocht je thuis eraan verder werken. Het lokaal van plaatwerken, smeden en lassen lag schuin tegenover het eerder genoemde lokaal. Het begon met werkbaken daarna vier smidsvuren en daarachter wat elektrische lascabines. Autogene lasapparatuur stond aan de rechterzijde langs de muur. IJzeren karretjes met twee reuzenflessen erop: Acetyleengas en zuurstof.  Werkstukken die me bij zijn gebleven zijn het blik(van stoffer en blik) en een kaarsenkandelaar.

Op een zeker moment arriveerde Palthen als vakleerkracht. Het was een wat stoere man en hij imponeerde ook graag met verhalen uit zijn arbeidsverleden. Belangrijk is te vermelden, dat er in die tijd niet veel ontzag meer was voor leraren, de jongelui waren rebels, wars van autoriteit en sommige voor de duvel niet bang (bijv. Streef) Er was zo nu en dan een wat broeierige sfeer. De meeste jongens hadden wel ontzag voor hem en dat koesterde hij. Op een zeker moment was er een belhamel met een stiletto en Palthen had het in de gaten. Een groot tumult in de werkplaats. Palthen pakte de stiletto af en riep met harde stem: “Zo doen we dat met een stiletto!” en liep naar een aambeeld en sloeg triomfantelijk en resoluut met een voorhamer het mes aan stukken. Hij had het beter wat tactischer kunnen aanpakken, want op weg naar het station werd hij opgewacht door klasgenoten en er ontstond een dreigende sfeer.
Een tekenleraar waar me de naam van ontschoten is, had een lokaal dat op de eerste verdieping lag. Het was ook een wat autoritaire, stoere man die “de Streef” op z’n nummer wilde zetten, dat pakte helemaal verkeerd uit, voor het oog van de klas ontstond een handgemeen. Wij vonden dat toen geweldig, maar wat een ellende voor zo’n leerkracht.

Er waren ook leraren die respect verdienden zonder autoritair te zijn: voorbeelden waren meneer Vermeulen (zie foto links) voor ons geen “ge-Joep”, maar gewoon meneer Vermeulen. Hij kwam later op school dan ik en begon les te geven in een houten noodlokaal dat op het sportveld werd geplaatst.  Hij gaf algebra en Nederlands. Wat een verademing een schoolmeester van het zuiverste water, hij kon lesgeven en vooral motiveren (met zachte hand) Dat was ik van zijn schoonvader hoofd van de Willibrordus meester Bijen (“de pik”) niet gewend. Als hij je niet mocht of je familie, kwam het nooit meer goed en dat werd continue duidelijk gemaakt, niet met slaag maar met geestelijke kleinering en dat is ernstiger.

Een leraar waar we veel plezier mee hebben gehad was Haakmeester (ook een indo) een prachtige vent die geweldig kon vertellen. Als klas kon je hem geweldig manipuleren tot het vertellen van zeer sterke verhalen en als je maar geïnteresseerd doorvroeg, bleef hij aan het vertellen. Als vak gaf hij technisch schetsen en vaktekenen. Rechts in het lokaal hingen de tekenhaken aan de muur, dat waren een soort winkelhaken van hout ongeveer 80 cm lang. Elk braampje of deukje in de liniaal maakte een fout op de tekening er moest dus heel zuinig mee omgesprongen worden, maar als Haakmeester nog niet in de klas was werd er een zwaardgevecht mee gehouden de splinters vlogen in het rond. Haakmeester was een sportieve vent die tegen een flauwekulletje kon. Hij reed in een BMW en was daar helemaal verzot op. Een klasgenoot die goed kon tekenen en prima kon leren was Clemens de Kroon, die zou ook verder gaan leren op de UTS in Utrecht, dat was niet velen gegeven.

Meneer Stevens was de gymleraar. Dat vak bleef me ook bij en niet alleen omdat ik een van de slechtste was. Het gymlokaal was multifunctioneel, het was onder andere gymlokaal dan moesten alle tafels en stoelen naar de hal gesjouwd worden en na de gym alles weer terug. Het was ook kantine/schaftlokaal en muzieklokaal. Stevens was liefhebber van buitensport en als het weer maar enigszins toeliet was het voetballen of slagbal. Hij had een goed overwicht op de jeugd door zijn voorkomen, denk ik. Na school voetbalden we altijd naast school op het graslandje van Kobus de schillenboer, waar regelmatig zijn hit aan een paal stond te grazen. Kobus ging dan weer naar school dat wij daar niet mochten voetballen, maar dat maakte het weer spannend, dus werd er altijd gevoetbald. De jassen waren zoals gewoonlijk de doelpalen.

Aan directeur Van Buytene (foto) heb ik goede muzikale herinneringen. In de kantine zat Van Buytene dan op een soort verhoging met z’n platenspeler. Hij vond het belangrijk dat er geleerd werd van klassieke muziek te houden, er was zelfs les in noten lezen, maar een zeer muzikale leerling Hans Piek kon het beter. En warempel, ik ben later liefhebber van klassieke muziek geworden. Altijd hoor ik nog het Carnaval der Dieren, prachtig dat dieren uitgebeeld konden worden door muziek en Van Buytene genoot volgens mij het meest van allemaal.


Soms liet hij leerlingen zijn grijze DKW 1000S (een drie cilinder) wassen, dat was een hele eer.

Ooit is er een razzia geweest en moesten alle kleerkastjes open en werden onderzocht. (diefstal?)
Eens in de zoveel tijd kwam er een vrachtauto ijzer en staal lossen en enkele leerlingen werden dan aangewezen alles op te bergen in een magazijn dat zich aan de kopse kant van het fietsenhok bevond. Ik weet niet meer of er een schoolreisje was. Eén  keer zijn we met de bus naar Schiphol vliegtuigen wezen kijken, maar scherp voor de geest staan de excursies naar Thomassen en Drijver in Deventer, waar conservenblikken gemaakt werden. Ook een bezoek aan de General Motors fabrieken in Antwerpen, waar Opel toen al op de lopende band geassembleerd werd. In het laatste jaar werd ook een bezoek aan Gispen In Culemborg gebracht, volgens mij aan de Triosingel.
Pannekeet gaf godsdienst en arriveerde op school met een rode Jawa motor. Hij was aalmoezenier geweest en nu priester bij de Barbara parochie. We noemden hem Pannescheet en orde houden was ook niet zijn ding. Sommige leerlingen hadden een katapult en hun zakken vol klinknagels, zoals Jantje Koolen. Als Pannekeet met zijn rug naar het bord stond werd er zo hard geschoten dat de spaanders uit het bord vlogen, hij draaide zich echter niet om, maar ging stoïcijns verder.

We moesten op zaterdagochtend nog naar school tot 12.30 uur. Belangrijke gebeurtenissen waren de actie Open het dorp van Mies Bouwman, 24 uur geld inzamelen in een luciferdoosje. Er waren net transistor radiootjes en iedereen liep met zo’n klein radiootje aan zijn oor. De moord op J.F. Kennedy is ook een imposante gebeurtenis geweest.
De weersomstandigheden waren zo extreem dat ik  in een winter op een zaterdag overdag om 12.30 uit school kwam en hoorde dat het vroor, alles kraakte. Ook viel er in die jaren een keer hagelstenen zo groot als sneeuwballen. Bij enkele mensen die een koelkast hadden, werden die ballen nog een poos bewaard als bewijs.
Er was volgens mij weinig contact met medeleerlingen van de houtkant. Er bestond zeker een rivaliteit met leerlingen van de Rijk van Gaasbeek school. ’s Zomers kwam Van Gasteren (“de Bruine”) met zijn ijscokar voor de poort van school staan en had flinke klandizie. Het laatste jaar kwam hij ook met zo’n tot fritesauto omgebouwde (koekblik) Citroën HY. Tussen de middag stond hij altijd te wachten en het rook verrukkelijk, menig broodtrommelinhoud werd aan de eenden gevoerd. Geld voor dit soort eten werd niet verstrekt door m’n ouders, dus het bleef meestal bij de geur opsnuiven.

De belangstelling van veel jongens uit m’n klas lag bij grote vrachtauto’s, vooral Scania was favoriet. Sommige waren al 16 jaar en kwamen met een opgevoerde brommer naar school, zonder helm natuurlijk want dat was nog niet verplicht. Vol trots werd er ’s maandags verteld over het opgevoerde onderdeel en de brommers werden volop getest en een herrie en een rook! Eer werd immers slaolie aan de mengsmering toegevoegd...

Conciërge Jansen (foto) en stoker Van Krieken waren van veel markten thuis, een stuk klein onderhoud werd door hen niet geschuwd. Het waren beiden uitstekende muzikanten, Ze speelden klarinet: de een bij Pieter Aafjes en de ander bij Concordia en herinner ik me geen stuk rivaliteit? Jansen woonde in de Herenstraat en gaf aan huis volgens mij ook les aan aspirant muzikanten.
In de kerstvakantie werd er altijd een schoolvolleybaltoernooi gehouden, onze school deed ook mee, ik weet zeker dat het de enige school was waar nooit gevolleybald is, omdat in het schaft/muziek/gym lokaal daar zeker geen faciliteiten voor waren.
Ik herinner me dat er toen ook leerlingen voortijdig zonder diploma school verlieten, met 14 mocht je gaan werken en geld verdienen  was belangrijk.

Toen het eindexamen in zicht kwam, had ik grote twijfels of in de metaal mijn toekomst moest liggen. In de metaalfabrieken waar we rondleidingen kregen, zag je veelal geautomatiseerde processen, waar de werknemers heel de dag eenzelfde eentonig werk verrichtten. Na het behalen van het eindexamen ben ik als 15- jarige jongen toch maar weer teruggedaan naar de Mulo. In de eerste klas beginnend met kinderen van 12 was niet leuk maar de spreuk van de LTS: “Pak aan of pak in” hield ik voor ogen en in 1969 behaalde ik m’n diploma. Ik heb altijd een hekel aan school gehad, wat het niet makkelijk maakte door te zetten. Het lag zeker niet aan klasgenoten, maar aan het systeem van onderwijs. De basis van de aversie is gelegd op de kleuterschool en de lagere school. Gelukkig heb ik in het volwassen onderwijs heel andere ervaringen opgedaan.

In mijn vrije tijd ben ik veel bezig met houtbewerking en heb vrijwel nooit meer iets met metaal gedaan. Misschien had ik toch een andere keus moeten maken.


Dit zijn herinneringen van 48 jaar geleden ze zijn wellicht gekleurd en zeker zeer onvolledig.

Vreemd dat beelden van veel leerlingen en leerkrachten niet meer helder voor de geest staan. Jammer dat er geen foto’s zijn van toen. Wie had er namelijk een fototoestel?"



Januari 2011, Jan van der Donk.
Terug naar de inhoud